Onderzoek naar de Amsterdamse Treiteraanpak, gericht op gezinnen en bewoners die stelselmatig worden getreiterd in hun eigen woonomgeving. De rapportage gaat in op de vraag hoe de aanpak in de praktijk werkt en wat die betekent voor de slachtoffers van ernstige woonoverlast.
Papier en werkelijkheid
Het imago van gemeentelijke handhavers
In mei 2016 verscheen dit rapport over het imago van gemeentelijke handhavers onder burgers.
Onderzoek in vijf gemeenten laat zien dat de meeste burgers tamelijk onverschillig staan tegenover deze betrekkelijk nieuwe gezagsdragers. Het rapport gaat in op wat dat betekent voor het gezag van handhavers en voor de manier waarop gemeenten hun toezicht organiseren.
Realiteit of registratie-effect
De geregistreerde jeugdcriminaliteit daalt al jaren. Dit onderzoek gaat na of die daling ook echt een afname van het gedrag weerspiegelt, of dat het vooral een registratie-effect is: een gevolg van veranderingen in de manier waarop politie en justitie registreren en prioriteren.
Wie de jeugd heeft: drugshandel en schoolgaande jeugd in Uithoorn
De Amstellandgemeenten vroegen om onderzoek naar drugsproblematiek rondom schoolgaande jeugd, en naar de manier waarop gemeente en partners daar ook preventief mee kunnen omgaan.
Het onderzoek beschrijft hoe de handel rond scholen verloopt, welke jongeren erbij betrokken raken en wat scholen, gemeente, politie en jongerenwerk in de praktijk kunnen doen.
Grenstoezicht en handhaving tijdens de coronapandemie
De coronapandemie was ook voor de Koninklijke Marechaussee een bijzondere periode. Het werkaanbod veranderde tijdelijk maar wezenlijk, er kwamen nieuwe pandemiegerelateerde taken bij, en geregeld werden medewerkers naar huis gestuurd om besmetting en uitval van personeel tegen te gaan.
Dit onderzoek kijkt naar de manier waarop de organisatie zich aanpaste, en vooral naar hoe de mensen in de uitvoering omgingen met steeds wisselende omstandigheden: het sluiten van de buitengrenzen voor reizigers van buiten Schengen, en de nieuwe maatregelen die daarbij kwamen kijken.
Voor het onderzoek zijn literatuur, interviews op beleids- en uitvoerend niveau, een korte vragenlijst, een internationale expertsessie, bronnenonderzoek en observaties in het veld gebruikt.
Nieuwe tijden: publiek-private samenwerking in de opsporing
Opsporingsdiensten schakelen bedrijven in wanneer die beschikken over kennis, informatie en technieken die de publieke opsporing zelf niet heeft. Dit onderzoek voor het programma Politie en Wetenschap gaat over de samenwerking met bedrijven die criminaliteitsbestrijding niet als voornaamste missie hebben: banken, verzekeraars, transportondernemingen, luchtvaartmaatschappijen, elektronicabedrijven en een woningcorporatie.
Soms belandt die informatie rechtstreeks als bewijs in een strafzaak, al zijn rechters daar kritisch over. Wat te doen met bewijs dat is vergaard door mensen die geen opsporingsambtenaar zijn? Bedrijven hebben bovendien vaak heel andere belangen bij opsporing dan de overheid.
Vaker gaat het om informatie voor projectmatig opsporen, waarbij de recherche weet in welke hoek ze het moet zoeken, en om zaken die vooral zijn gericht op het verstoren van misdaad. Ook de omgekeerde route komt voor: de politie levert informatie aan een private partij, die daarmee privaatrechtelijke maatregelen kan nemen. Het onderzoek beschrijft daarnaast richtlijnen en uitgangspunten voor deze samenwerking.
Onderzoek naar criminele verdringing
Politie en justitie zien in de economie aanwijzingen dat criminelen en fraudeurs legale handel overnemen. In dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Politie en Wetenschap, staat de vraag centraal hoe die criminele verdringing werkt en wat er tegen te doen is. Onderzocht zijn casussen in drie sectoren: de houthandel, de recycling en de import en teelt van fruit.
Criminele verdringing gedijt vooral waar illegaal of onverantwoord ondernemen een oplossing biedt voor problemen in de markt. Wie zich niets aantrekt van regels kan onder de prijs van legale concurrenten duiken en tegelijk een product of dienst leveren die er legitiem uitziet.
Het onderzoek laat zien dat criminologen, beleidsmakers en politie hier breder naar moeten kijken dan vanuit de klassieke handhaving. Milieuschade en schending van mensenrechten spelen een rol, ook waar die nog niet tot strafrechtelijke aansprakelijkheid leiden.


