
Nieuwe tijden: publiek-private samenwerking in de opsporing
Alle publicaties
Opsporingsdiensten schakelen bedrijven in wanneer die beschikken over kennis, informatie en technieken die de publieke opsporing zelf niet heeft. Dit onderzoek voor het programma Politie en Wetenschap gaat over de samenwerking met bedrijven die criminaliteitsbestrijding niet als voornaamste missie hebben: banken, verzekeraars, transportondernemingen, luchtvaartmaatschappijen, elektronicabedrijven en een woningcorporatie.
Soms belandt die informatie rechtstreeks als bewijs in een strafzaak, al zijn rechters daar kritisch over. Wat te doen met bewijs dat is vergaard door mensen die geen opsporingsambtenaar zijn? Bedrijven hebben bovendien vaak heel andere belangen bij opsporing dan de overheid.
Vaker gaat het om informatie voor projectmatig opsporen, waarbij de recherche weet in welke hoek ze het moet zoeken, en om zaken die vooral zijn gericht op het verstoren van misdaad. Ook de omgekeerde route komt voor: de politie levert informatie aan een private partij, die daarmee privaatrechtelijke maatregelen kan nemen. Het onderzoek beschrijft daarnaast richtlijnen en uitgangspunten voor deze samenwerking.
Terug naar alle publicaties