Skip to content

Misvattingen over jeugdcriminaliteit

14 januari 2026Alle berichten
Zeelandbrug bij zonsondergang

Ter voorbereiding van een bijeenkomst bij een grote gemeente over jeugdcriminaliteit stuitte ik op het laatste boek van de Utrechtse pedagoog Ido Weijers. Deze emeritus hoogleraar schreef in 2025 een mooi boek voor een breder publiek over misvattingen en feiten rond jeugdcriminaliteit, met een paar adviezen erbij. Een aanrader voor alle professionals die veel met ontspoorde jeugd te maken hebben. Mooi toch, boeken die je aan het denken zetten. Volgens mij is dat wat je als auteur wilt en wat de samenleving nodig heeft.

Het is goed als iemand met de staat van dienst van Weijers ons wijst op de onzin die soms wordt verkocht over jeugdcriminaliteit. Je blijft er scherp door, omdat je je misschien zelf ook liet verleiden tot een te gemakkelijke denkwijze of een feitenvrij oordeel. Denk aan de verzuchting dat ze steeds jonger worden. Daar is tot op de dag van vandaag geen enkel overtuigend empirisch bewijs voor. Ook bij fenomenen als jeugdrechtbanken en Top X-aanpakken plaatst Weijers dikke vraagtekens bij de effectiviteit.

Het hoofdstuk over stoppen met criminaliteit deed me denken aan het onderzoek Knel!, dat ik samen met onder anderen Kyra van den Akker, Bob Schuitema en Raymond van Bohemen uitvoerde naar betrokken raken bij en stoppen met georganiseerde misdaad. Daarvoor bestudeerden we literatuur en spraken we uitvoerig met stoppers.

Weijers had dit onderzoek wellicht heel anders gedaan, omdat zijn voorkeur uitgaat naar het bestuderen van personen die nog crimineel actief zijn en bij wie volstrekt onzeker is wanneer en hoe ze zullen stoppen. Zijn tip is om die personen een aantal jaren te blijven volgen. Daar is veel voor te zeggen. Wij merkten echter dat degenen die nog midden in het proces zaten, in de gesprekken nog onvoldoende afstand toonden. Bovendien is blijven volgen erg intensief, en het is de vraag of achteraf spreken met stoppers werkelijk zo onverstandig is. Als je maar weet dat een stopper soms de neiging heeft zaken achteraf wat aan te dikken en te romantiseren.

Toch leverde ons onderzoek het nodige op. Onze kernconclusie was dat het mentale proces bij het stoppen met georganiseerde misdaad doorslaggevend is, en misschien nog wel belangrijker dan een woning, een relatie en werk. Uit het boek van Weijers blijkt dat die bevinding al ergens in de jaren vijftig als kernconclusie naar voren kwam in toenmalig onderzoek naar stoppen.

En zo staan we uiteindelijk allemaal op de schouders van anderen, wat maakt dat een bescheiden houding meestal wel past.

Terug naar alle berichten