Gaza, het migratiedebat, stikstof, angst voor veranderingen, oorlog in het Midden-Oosten: het zijn allemaal onderwerpen die de gemoederen bezighouden. En zeker niet alleen internationaal en in de politiek. Ook in straten en buurten, op scholen en op het werk kunnen de spanningen zomaar oplopen, doordat tegenstellingen blijken te zijn verscherpt. De meeste mensen deugen, schreef Rutger Bregman enkele jaren terug, maar bij enkelen kunnen tegenstellingen en ervaren uitsluiting leiden tot politiek gemotiveerd geweld, om nog maar te zwijgen over terreur.
Polarisatie, want daarover gaat deze blog, wordt in de literatuur gezien als een pad richting extremisme. Dat hoeft niet per se gewelddadig te zijn, maar toch. Niemand zit te wachten op een chagrijnige samenleving waarin een goed onderling gesprek niet meer mogelijk is.
Bij mijn sportende kinderen, die voetballen en wielrennen, zie ik hoe sport kan helpen bij identiteitsontwikkeling. Volgens eerder internationaal en Nederlands onderzoek kan sport jongeren bij elkaar brengen, teamgeest kweken en zo weerbaarder maken tegen polarisatie. De breedtesport heeft daar echt een taak. Nieuwe wethouders sport zouden zich daar na de verkiezingen eens over kunnen buigen. Ik vraag me af hoe wethouders sport vandaag de dag bewust inzetten in beleid tegen polarisatie.
Aan de andere kant wijzen onderzoek en praktijk ook op het omgekeerde: sport kan polarisatie juist in de hand werken. Denk niet alleen aan spanningen tussen voetbalsupporters, maar zeker ook aan spanningen tussen teams van voetballende jongeren. De KNVB kan daarover meepraten. Hoe ga je daar als bond en als gemeente mee om?
Laat me weten hoe jij denkt over sport als middel tegen polarisatie, en wat jouw ervaringen daarmee zijn. Het houdt me bezig, omdat ik denk dat gemeenten hier nog een paar stappen in kunnen zetten.
